Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2002:AD9094

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 februari 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
36659
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • L. Monné
  • P.J. van Amersfoort
  • A.R. Leemreis
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid beroep wegens termijnoverschrijding bij WOZ-waarde

Belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van de WOZ-waarde van een onroerende zaak voor de jaren 1997 tot en met 2000. De gemeente handhaafde de beschikking, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Hof Arnhem. Het Hof verklaarde het beroep niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de beroepstermijn.

Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht had vastgesteld dat de beroepstermijn was overschreden en dat geen omstandigheden aanwezig waren die het verzuim konden rechtvaardigen. Dit oordeel was niet onbegrijpelijk en niet onjuist van rechtsopvatting.

De Hoge Raad verwierp de klachten van belanghebbende en zag geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. Het beroep werd ongegrond verklaard en het arrest werd op 8 februari 2002 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.

Uitspraak

Nr. 36.659
8 februari 2002
JV
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 16 oktober 2000, nr. 98/03583, betreffende na te melden beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken.
1. Beschikking, bezwaar en geding voor het Hof
Ten aanzien van belanghebbende is bij beschikking de waarde van de onroerende zaak a-straat 1 te Q voor het tijdvak 1 januari 1997 tot en met 31 december 2000 vastgesteld op ƒ 388.000.
Op het door belanghebbende tegen die beschikking gemaakte bezwaar heeft de chef van de afdeling Financiën c.a. van de gemeente Noordoostpolder de beschikking gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft het beroep van belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de klachten
Het Hof heeft, na te hebben vastgesteld dat de beroepstermijn is overschreden, geoordeeld dat geen omstandigheden aanwezig zijn die leiden tot de conclusie dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat belanghebbende met betrekking tot de termijnoverschrijding in verzuim is geweest. Dit oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en kan, als verweven met waarderingen van feitelijke aard, voor het overige in cassatie niet op zijn juistheid worden getoetst. Het is ook niet onbegrijpelijk. De klachten, die tegen dit oordeel zijn gericht, falen derhalve
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer L. Monné als voorzitter, en de raadsheren P.J. van Amersfoort en A.R. Leemreis, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 8 februari 2002.