ECLI:NL:HR:2002:AD9100

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 februari 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
36978
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • G.J. Zuurmond
  • F.W.G.M. van Brunschot
  • D.G. van Vliet
  • P. Lourens
  • C.B. Bavinck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt vermindering naheffingsaanslag omzetbelasting na cassatie en verwijzing

Belanghebbende was in beroep gegaan tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting over het jaar 1993. De Inspecteur had geen uitspraak gedaan op het bezwaarschrift, waarna belanghebbende het geschil aan het Gerechtshof Leeuwarden voorlegde. Dit hof deed uitspraak op 13 september 1996, maar de Hoge Raad vernietigde dit arrest op 16 december 1998 en verwees de zaak naar het Gerechtshof Arnhem.

Het Hof Arnhem heeft vervolgens de naheffingsaanslag verminderd tot een bedrag van ƒ 18.542. Belanghebbende stelde hiertegen cassatieberoep in bij de Hoge Raad en voerde enkele klachten aan. De Staatssecretaris van Financiën diende een verweerschrift in.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Hof Arnhem bevestigd.

Uitspraak

Nr. 36.978
8 februari 2002
JV
gewezen op het beroep in cassatie van X B.V. te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 7 februari 2001, nr. 98/4462, betreffende na te melden naheffingsaanslag in de omzetbelasting.
1. Aanslag en bezwaar
Aan belanghebbende is over het tijdvak 1 januari 1993 tot en met 31 december 1993 een naheffingsaanslag in de omzetbelasting opgelegd ten bedrage van ƒ 18.593, zonder verhoging. Op het tegen deze aanslag ingediende bezwaarschrift heeft de Inspecteur geen uitspraak gedaan.
2. Loop van het geding tot dusverre
Belanghebbende is tegen het niet tijdig genomen besluit in beroep gekomen bij het Gerechtshof te Leeuwarden. De uitspraak van dit hof van 13 september 1996 is op het beroep van belanghebbende bij arrest van de Hoge Raad van 16 december 1998, nr. 33360, vernietigd, met verwijzing van het geding naar het Gerechtshof te Arnhem (hierna: het Hof) ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dat arrest.
Het Hof heeft de naheffingsaanslag verminderd tot ƒ 18.542. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
3. Het tweede geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij enige klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft de zaak doen toelichten door mr. J.A. Beekers, advocaat te Apeldoorn.
4. Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
5. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
6. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J. Zuurmond als voorzitter, en de raadsheren F.W.G.M. van Brunschot, D.G. van Vliet, P. Lourens en C.B. Bavinck, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.M. van Hooff, en in het openbaar uitgesproken op 8 februari 2002.