ECLI:NL:HR:2002:AD9102

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 februari 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
36988
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • F.W.G.M. van Brunschot
  • C.B. Bavinck
  • J.C. van Oven
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13 lid 1 Wet op de inkomstenbelasting 1964
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing vorming reserve assurantie eigen risico vennootschapsbelasting

Belanghebbende, actief in bemiddeling bij internationale transporten van wijnen en cognac, kreeg voor 1995 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd. Na bezwaar en beroep bij het Hof, waarbij de aanslag werd bevestigd, stelde belanghebbende cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

De kern van het geschil betrof de vraag of belanghebbende een reserve assurantie eigen risico mocht vormen voor goederen- en transportrisico's. Het Hof oordeelde dat alleen risico's die in belangrijke mate verzekerd worden door vergelijkbare ondernemers in aanmerking komen. Hoewel het Hof erkende dat importeurs van wijnen en gedestilleerd als vergelijkbare ondernemers kunnen worden beschouwd indien zij vergelijkbare risico's lopen, stelde het vast dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de risico's vergelijkbaar waren.

Belanghebbendes klachten over het oordeel van het Hof werden door de Hoge Raad verworpen, omdat het oordeel feitelijk van aard is en niet in cassatie kan worden getoetst. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat het Hof geen vergelijkbare risico's zag. De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat geen reserve assurantie eigen risico mag worden gevormd.

Uitspraak

Nr. 36.988
8 februari 2002
JV
gewezen op het beroep in cassatie van X B.V. te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te ´s-Hertogenbosch van 13 februari 2001, nr. 98/01881, betreffende na te melden aanslag in de vennootschapsbelasting.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof
Aan belanghebbende is voor het jaar 1995 een aanslag in de vennootschapsbelasting opgelegd naar een belastbaar bedrag van f 68.498, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraak van de Inspecteur bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
3. Beoordeling van de klachten
3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
Belanghebbende houdt zich bezig met het bemiddelen bij het tot stand komen en verzorgen van internationale transporten, in het bijzonder van wijnen en cognac.
De getransporteerde wijn of cognac wordt nimmer eigendom van belanghebbende.
Belanghebbende verzorgt nooit zelf het vervoer, maar schakelt daarvoor een vervoersbedrijf in.
3.2. In geschil is of belanghebbende in het onderhavige jaar een reserve tot dekking van risico's welke in belangrijke mate worden verzekerd als bedoeld in artikel 13, lid 1, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (hierna: een reserve assurantie eigen risico) ter zake van goederen- en transportrisico ten laste van de winst heeft mogen vormen.
3.3. De vraag of een reserve assurantie eigen risico gevormd mag worden is door het Hof terecht beantwoord aan de hand van de vraag of de desbetreffende risico´s in belangrijke mate worden verzekerd door naar aard en omvang met belanghebbende vergelijkbare ondernemers.
3.4. De klachten voeren terecht aan dat, anders dan het Hof in zijn rechtsoverweging 4.3 heeft geoordeeld, ter bepaling van de kring van te vergelijken ondernemers, met de importeurs van wijnen en gedestilleerd rekening mag worden gehouden, indien deze ondernemers vergelijkbare transportrisico´s lopen als belanghebbende. In zoverre zijn de klachten gegrond.
Tot cassatie kan zulks evenwel niet leiden, nu het Hof tevens heeft geoordeeld dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat de risico´s die zij loopt ter zake van de transporten vergelijkbaar zijn met die van de importeurs.
Voorzover de klachten dit oordeel bestrijden falen zij, nu dit oordeel geen blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting en, als verweven met waarderingen van feitelijke aard, voor het overige in cassatie niet op zijn juistheid kan worden getoetst. Het is ook niet onbegrijpelijk.
3.5. De klachten betogen voorts dat het Hof belanghebbendes beroep op het gelijkheidsbeginsel ten onrechte heeft verworpen. Nu het Hof heeft geoordeeld dat geen sprake is van vergelijkbare risico's faalt dit betoog.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer F.W.G.M. van Brunschot als voorzitter, en de raadsheren C.B. Bavinck en J.C. van Oven, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.M. van Hooff, en in het openbaar uitgesproken op 8 februari 2002.