ECLI:NL:HR:2002:AD9123
Hoge Raad
- Cassatie
- C.H.M. Jansen
- A.G. Pos
- P.C. Kop
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over kennelijk onredelijk ontslag wegens verhuisplicht
De zaak betreft een werknemer die sinds 1977 bij Esveha B.V. werkte en geconfronteerd werd met een reorganisatie waarbij zijn werkplek zou verhuizen van [plaats A] naar 's-Hertogenbosch. Hoewel Esveha een vervangende functie aanbood, weigerde de werknemer vanwege familieomstandigheden te verhuizen. Esveha sprak daarop ontslag uit, dat door de rechtbank als kennelijk onredelijk werd beoordeeld omdat de verhuisplicht onjuist was voorgesteld.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis en veroordeelde Esveha tot betaling van een schadevergoeding van negen maal het bruto maandsalaris, vermeerderd met vakantietoeslag en rente. Het hof overwoog dat de werknemer niet duidelijk had gemaakt dat hij zonder verhuisplicht wel bereid was te werken in 's-Hertogenbosch.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof de kern van de discussie miskende. Het stond vast dat het ontslag kennelijk onredelijk was vanwege de onjuiste voorstelling van de verhuisplicht en dat de weigering van de werknemer om te verhuizen doorslaggevend was. Het hof had daarom niet ten nadele van de werknemer mogen oordelen dat hij niet duidelijk had verklaard bereid te zijn te werken zonder verhuisplicht.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing. Tevens veroordeelt de Hoge Raad Esveha in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.