ECLI:NL:HR:2002:AD9139
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt vonnis over schadevergoeding wegens vocht- en schimmelproblemen in huurwoning
Eiseres huurde sinds 1980 van de Stichting een woning waarin vocht- en schimmelproblemen ontstonden die haar gezondheid en die van haar minderjarige kinderen negatief beïnvloedden. Na afwijzing van haar schadevordering door de Kantonrechter, stelde zij hoger beroep in bij de Rechtbank Rotterdam. Deze veroordeelde de Stichting tot schadevergoeding over de periode van 7 augustus 1995 tot 2 december 1997, omdat de Stichting vanaf die datum op de hoogte was van de gebreken en naliet maatregelen te nemen.
De Rechtbank oordeelde dat de Stichting niet aansprakelijk was voor schade geleden vóór 7 augustus 1995, omdat zij toen niet op de hoogte was van de ongeschiktheid van de woning. Ook vond de Rechtbank dat de schadevergoeding na 2 december 1997 verviel omdat eiseres niet inging op het aanbod van de Stichting om een andere woning te zoeken.
De Hoge Raad vernietigt het vonnis van de Rechtbank omdat deze onjuiste rechtsopvattingen hanteerde over de verplichtingen van de verhuurder volgens de artikelen 7A:1586 e.v. BW en over de toepassing van artikel 6:101 BW Pro. De zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage.