ECLI:NL:HR:2002:AD9336
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Huurachterstand en bezwaar tegen jaarlijkse huurverhogingen in huurgeschil
De erven [A] vorderden van [eiseres] betaling van een huurachterstand over de periode augustus 1995 tot juli 1999. [Eiseres] voerde verweer dat zij bezwaar had gemaakt tegen de jaarlijkse huurverhogingen en een huurverlagingsvoorstel had ingediend bij de huurcommissie, dat nog in behandeling was.
De Kantonrechter stelde vast dat het huurverlagingsvoorstel niet tot een uitspraak had geleid en ging uit van de laatstelijk geldende huurprijs. Hij oordeelde dat de huurachterstand vaststond omdat [eiseres] deze niet had bestreden. De Hoge Raad oordeelde echter dat de Kantonrechter het bezwaar tegen de huurverhogingen niet had gemotiveerd beoordeeld, terwijl dit verweer niet was betwist door de erven [A]. Hierdoor was het oordeel over de huurachterstand onbegrijpelijk.
De Hoge Raad vernietigde het vonnis en verwees de zaak ter verdere behandeling naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage. De kosten van het geding in cassatie werden aan de erven [A] opgelegd.
Uitkomst: Het vonnis van de Kantonrechter wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof voor verdere behandeling.