ECLI:NL:HR:2002:AD9562
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vrijspraak en behandelt bewijsrechtelijke vragen in verkrachtingszaak
In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor verkrachting van het slachtoffer op 27 december 1997 in Beuningen. Het hof Arnhem sprak de verdachte vrij van verkrachting en veroordeelde hem tot een gevangenisstraf van acht maanden voor een andere tenlastelegging. De benadeelde partij vorderde immateriële schadevergoeding vanwege de abortus die zij onderging na het incident.
De verdediging stelde in hoger beroep vragen aan het slachtoffer over de vader van het geaborteerde kind en over pijn bij gemeenschap, welke het hof bij monde van de voorzitter belette te beantwoorden. De Hoge Raad oordeelde dat het hof dit ambtshalve mocht doen op grond van artikel 293 Sv Pro in verbinding met artikel 415 Sv Pro, omdat de vragen niet relevant waren voor de beoordeling van de zaak of de schadevordering.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de verdachte omdat het middel onvoldoende gemotiveerd was en geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Daarmee bleef het arrest van het hof Arnhem in stand, inclusief de vrijspraak en de strafoplegging.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof Arnhem wordt bevestigd.