ECLI:NL:HR:2002:AD9580
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt beschikking inzake kinderpornografie en verwijst zaak terug
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van de Arrondissementsrechtbank Amsterdam inzake een beklag over inbeslaggenomen kinderpornografisch materiaal. De rechtbank had de teruggave van bepaalde goederen gelast en het beklag voor het overige ongegrond verklaard.
De Hoge Raad oordeelt dat de Officier van Justitie niet-ontvankelijk is in zijn cassatieberoep omdat geen middelen van cassatie zijn voorgesteld. Tevens vernietigt de Hoge Raad de bestreden beschikking en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam voor een nieuwe behandeling van het klaagschrift.
In de beoordeling speelt de toepasselijkheid van art. 240b Sr een centrale rol, waarbij het hof moet toetsen aan de wetsbepaling die gold ten tijde van de inbeslagname (6 november 1995). De Hoge Raad benadrukt dat de rechtbank ten onrechte uitging van een latere, ruimere delictsomschrijving die pas vanaf 1 februari 1996 geldt.
De Hoge Raad bevestigt dat het begrip "feit" in art. 36c Sr betrekking heeft op het strafbare feit waarvoor de inbeslaggenomen voorwerpen zijn gebruikt. Dit betekent dat de strafbaarheid moet worden beoordeeld aan de hand van de toen geldende wetstekst. De zaak wordt derhalve terugverwezen voor een correcte beoordeling op basis van de juiste wetsbepalingen.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van de Officier van Justitie niet-ontvankelijk, vernietigt de beschikking en verwijst de zaak terug voor herbehandeling.