ECLI:NL:HR:2002:AD9607
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toewijzing wettelijke rente over hoofdsom na verwerping reconventionele vordering
In deze civiele zaak vorderde verweerder betaling van een bedrag en wettelijke rente van eiser, die op zijn beurt een tegenvordering instelde. Na diverse procedures bij de Rechtbank en het Gerechtshof te Leeuwarden, waarbij vorderingen deels werden toegewezen en deels afgewezen, stelde eiser cassatieberoep in tegen het arrest van het Hof. Verweerder stelde een incidenteel cassatieberoep in.
De Hoge Raad oordeelde dat het principale beroep van eiser niet tot cassatie kon leiden. In het incidentele beroep vernietigde de Hoge Raad het arrest van het Hof voor zover daarin verweerder niet werd toegewezen de wettelijke rente over de aan hem toegekende hoofdsom. De Hoge Raad veroordeelde eiser tot betaling van de wettelijke rente over het bedrag van ƒ 10.862,24 vanaf 25 september 1992 tot volledige voldoening.
De uitspraak bevestigt dat bij afwijzing van een tegenvordering de rechtbank en het hof alsnog de wettelijke rente over de toegewezen hoofdsom moeten toewijzen. De Hoge Raad wees ook de kosten toe aan verweerder, begroot op enkele duizenden euro's.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de wettelijke rente toe over de hoofdsom van ƒ 10.862,24 vanaf 25 september 1992 en veroordeelt eiser in de kosten.