ECLI:NL:HR:2002:AD9703
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van toepassing van artikel 45a lid 5 Wet inkomstenbelasting bij meerdere lijfrentepolissen
Belanghebbende had in 1995 zijn eenmanszaak gestaakt met een winst van f 1.078.278 en was voor 45% of meer arbeidsongeschikt. Hij sloot in juli en augustus 1995 twee afzonderlijke lijfrentepolissen af bij verschillende verzekeraars met respectievelijk koopsommen van f 348.016 en f 366.858.
De Inspecteur legde een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen op, welke door belanghebbende werd aangevochten. Zowel de Inspecteur als het Hof bevestigden de aanslag. Het Hof oordeelde dat op grond van artikel 45a lid 5 Wet inkomstenbelasting slechts één bedrag van maximaal f 357.442 in aanmerking genomen kon worden, omdat de polis bij E N.V. niet voldeed aan de voorwaarden.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en verklaart het cassatieberoep ongegrond. Er zijn geen gronden voor proceskostenveroordeling. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 1 maart 2002.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het oordeel van het Hof bevestigd dat slechts één bedrag maximaal in aanmerking kan worden genomen volgens artikel 45a lid 5 Wet inkomstenbelasting.