ECLI:NL:HR:2002:AD9887
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep in cassatie tegen navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1989
Belanghebbende was in de inkomstenbelasting over 1989 aanvankelijk aangeslagen op een belastbaar inkomen van 43.499 gulden. Later werd een navorderingsaanslag opgelegd met een belastbaar inkomen van 243.940 gulden en een verhoging van honderd procent over de nagevorderde belasting. De Inspecteur verleende geen kwijtschelding van deze verhoging. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze aanslag en de beschikking tot verhoging, maar werd niet-ontvankelijk verklaard door de Inspecteur.
Belanghebbende ging in beroep bij het Gerechtshof Amsterdam, dat de niet-ontvankelijkverklaring van de Inspecteur bevestigde. Tegen deze uitspraak stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen en de Hoge Raad volgde dit advies.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van belanghebbende niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was, omdat er geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest werd op 8 maart 2002 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de navorderingsaanslag met verhoging blijft in stand.