ECLI:NL:HR:2002:AD9895
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- C.B. Bavinck
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdige uitspraak bezwaarschrift vennootschapsbelasting
Belanghebbende kreeg op 24 december 1999 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd voor het jaar 1996. Op 29 december 1999 diende zij een bezwaarschrift in tegen deze aanslag. Omdat de Inspecteur niet tijdig een uitspraak op het bezwaarschrift deed, stelde belanghebbende op 21 februari 2000 beroep in bij het Hof Arnhem tegen het niet tijdig beslissen.
Het Hof verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:54 Awb Pro, omdat volgens het Voorschrift Awb 1997 een beroep tegen het niet tijdig beslissen pas mogelijk is na het verstrijken van de wettelijke termijn van één jaar, zoals bepaald in artikel 25, lid 1, AWR. Deze termijn was op het moment van het beroep nog niet verstreken.
Belanghebbende stelde verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring, maar het Hof verklaarde dit verzet ongegrond. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en oordeelt dat het beroep terecht niet-ontvankelijk werd verklaard omdat de wettelijke termijn voor het nemen van een besluit nog niet was verstreken. Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaarschrift vennootschapsbelasting is niet-ontvankelijk verklaard.