ECLI:NL:HR:2002:AD9915
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in zaak medeplegen drugshandel en wapens
De verdachte werd door het hof veroordeeld voor medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet en de Wet wapens en munitie, met een gevangenisstraf van vijf jaar en een geldboete. Tegen dit arrest stelde de verdachte cassatieberoep in. De Hoge Raad oordeelt dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden, aangezien meer dan zestien maanden zijn verstreken tussen het instellen van het cassatieberoep en de uitspraak.
De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf en vermindert deze tot vier jaar en negen maanden. Het beroep op niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie wegens een vermeende onjuiste toepassing van artikel 126ff Sv wordt verworpen, omdat deze bepaling niet in het belang van de verdachte is gesteld en de verdachte zich niet op de niet-naleving van het doorlatenverbod kan beroepen.
De overige klachten van de verdachte falen, zodat het cassatieberoep voor het overige wordt verworpen. De uitspraak is gewezen door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad en op 2 juli 2002 uitgesproken.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot vier jaar en negen maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn; het cassatieberoep wordt verder verworpen.