ECLI:NL:HR:2002:AE0175
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens overschrijding termijn
Eiseressen hebben beroep in cassatie ingesteld tegen een vonnis van de Rechtbank te Breda van 28 augustus 2001. De Stichting, verweerster in cassatie, is niet verschenen bij de zittingen van de Hoge Raad, waarop verstek tegen haar is verleend.
De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep onderzocht. Volgens het oude artikel 402 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering moet het cassatieberoep binnen drie maanden na de uitspraak van de rechtbank worden ingesteld. De dagvaarding voor cassatie is echter pas op 29 november 2001 uitgebracht, waardoor de termijn is overschreden.
Daarom verklaart de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk. Tevens worden de kosten van het geding aan de zijde van de Stichting begroot op nihil. De beslissing is genomen door een meervoudige kamer en het arrest is in het openbaar uitgesproken op 15 maart 2002.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de cassatietermijn.