ECLI:NL:HR:2002:AE0460
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vervangingsreserve in vennootschapsbelasting bij verkoop onroerende zaak
Belanghebbende heeft in 1996 een onroerende zaak verkocht en de gerealiseerde boekwinst toegevoegd aan een vervangingsreserve. De Inspecteur stelde bij de aanslag vennootschapsbelasting 1997 dat geen vervangingsvoornemen meer bestond ultimo 1997, waardoor de vervangingsreserve aan de belastbare winst moest worden toegevoegd.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het vervangingsvoornemen op 31 december 1997 nog bestond en verklaarde het beroep ongegrond. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat het Hof terecht geen waarde hechtte aan de notulen van de aandeelhoudersvergadering.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het Hof terecht geen onderzoek heeft gedaan naar het vervangingsvoornemen ultimo 1996, omdat partijen overeenstemden dat de heffing over de vervangingsreserve in 1997 plaatsvond. De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en veroordeelt belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de vervangingsreserve in 1997 aan de winst moet worden toegevoegd.