ECLI:NL:HR:2002:AE0464
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing verlaagd tarief omzetbelasting op spierstimulerende apparaten
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag opgelegd voor omzetbelasting over de periode juni 1992 tot en met december 1993, omdat hij apparaten leverde die bedoeld zijn voor het activeren van spieren via elektrische stimulatie. Hij had hierover omzetbelasting betaald tegen het verlaagde tarief. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de naheffingsaanslag gehandhaafd.
In cassatie stond centraal of deze apparaten onder post a.35 van tabel I bij de Wet op de omzetbelasting 1968 vallen, waardoor het verlaagde tarief van toepassing zou zijn. Het Hof oordeelde dat de apparaten niet als spierstimulatoren kunnen worden aangemerkt omdat zij spieren niet in gang zetten om een lichaamsfunctie te vervullen.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en oordeelde dat het begrip spierstimulator juist is uitgelegd en dat de waarderingen van feitelijke aard niet in cassatie kunnen worden getoetst. Het oordeel was ook niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd. De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag omzetbelasting blijft gehandhaafd.