ECLI:NL:HR:2002:AE0744
Hoge Raad
- Cassatie
- C.H.M. Jansen
- J.B. Fleers
- P.C. Kop
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en terugwijzing van verzoek tot beëindiging alimentatieverplichting na scheiding
De zaak betreft een verzoek van de man om de alimentatieverplichting jegens de vrouw te beëindigen op grond van de Wet limitering alimentatie na scheiding. De rechtbank wees dit verzoek af omdat beëindiging naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet van de vrouw kon worden gevergd. Het hof onderschreef dit oordeel en bekrachtigde de beschikking.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte heeft nagelaten een termijn vast te stellen waarop de alimentatie alsnog zal eindigen, zoals vereist is onder art. II lid 2 van de Wet limitering alimentatie na scheiding. Dit geldt ook als de beëindiging van de alimentatie wordt geweigerd vanwege redelijkheid en billijkheid. Het hof had partijen gelegenheid moeten geven hierover te debatteren en een termijn moeten bepalen met een eventuele verlenging.
De Hoge Raad verwerpt het betoog van de vrouw dat uit het hofarrest zou blijken dat de alimentatieverplichting zou voortduren tot het overlijden van een van de partijen. Ook is het cassatieberoep van de man niet zonder belang, ondanks het betoog van de vrouw over een kennelijke verschrijving. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor het vaststellen van een termijn waarop de alimentatie eindigt.