ECLI:NL:HR:2002:AE0831
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- D.H. Beukenhorst
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bevoegdheid Minister voor toepassing hardheidsclausule in belastingzaken
Belanghebbende had voor het jaar 1999 een voorlopige aanslag inkomstenbelasting ontvangen waarbij hij aftrek van woon-werkverkeerkosten had verzocht. De Inspecteur stond slechts een forfaitaire aftrek toe. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat de uitspraak van de Inspecteur bevestigde. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De kern van het geschil betrof de vraag of het Hof bevoegd was om op grond van een hardheidsclausule af te wijken van de beslissing van de Inspecteur. De Hoge Raad oordeelde dat deze bevoegdheid uitsluitend aan de Minister van Financiën toekomt, zoals bepaald in artikel 63 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen. De rechter kan deze bevoegdheid niet overnemen.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en verklaarde het ongegrond. Tevens wees de Hoge Raad proceskostenveroordeling af. Hiermee werd bevestigd dat het beroep van belanghebbende niet tot een andere uitkomst leidt en dat de rechterlijke toetsing aan de hardheidsclausule beperkt is.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de bevoegdheid tot toepassing van de hardheidsclausule ligt uitsluitend bij de Minister van Financiën.