ECLI:NL:HR:2002:AE0873
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt loonkarakter van vergoedingen voor werkruimte in woninggarage
Belanghebbende, een fabrikant van vloerbedekkingen, vergoedde aan vijftien vertegenwoordigers een bedrag voor het gebruik van een garage die als opslagruimte diende en een aanhorigheid van hun woning vormde. De Inspecteur legde hierover een naheffingsaanslag loonbelasting op, welke het hof vernietigde omdat het volgens het hof geen loon maar opbrengst van vermogen zou betreffen.
De Hoge Raad oordeelt dat de vergoedingen wel degelijk tot het loon behoren. Dit volgt uit de uitleg van artikel 15 lid 1 sub b en Pro artikel 11 lid 1 sub j van Pro de Wet op de loonbelasting 1964, waarin vergoedingen voor werkruimte in de woning als loon worden aangemerkt. De term werkruimte moet ruim worden uitgelegd, waaronder ook een als opslag gebruikte garage die een aanhorigheid van de woning vormt valt.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en bevestigt de uitspraak van de Inspecteur dat de vergoedingen loon vormen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Hiermee wordt de naheffingsaanslag gehandhaafd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat vergoedingen voor het gebruik van een garage als werkruimte tot het loon behoren en vernietigt het arrest van het hof.