ECLI:NL:HR:2002:AE1308
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- F.H. Koster
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens te late indiening en twijfel aan faxbericht
De verdachte was in hoger beroep veroordeeld door het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor meerdere feiten van oplichting en diefstal, met een gevangenisstraf van zes maanden waarvan één maand voorwaardelijk. Tegen dit arrest stelde de verdachte cassatieberoep in.
Een centraal punt in het cassatieberoep was de ontvankelijkheid, waarbij een faxbericht aan het hof was overgelegd waarin aanhouding van de zitting werd gevraagd wegens ziekte. De raadsman van de verdachte voerde aan dat deze fax niet door de verdachte zelf was verzonden, maar door een derde zonder zijn medeweten, waardoor de dag van de zitting niet als bekend kon worden beschouwd en het beroep ontvankelijk zou zijn.
De Hoge Raad verwierp dit betoog. Het handschrift op de fax kwam overeen met eerdere verzoeken van de verdachte, en de ondertekening week niet zodanig af dat twijfel aan de authenticiteit gerechtvaardigd was. Hierdoor werd aangenomen dat het faxbericht van de verdachte afkomstig was en dat de termijn voor het instellen van het cassatieberoep was overschreden. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn.