ECLI:NL:HR:2002:AE2108
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens opzettelijke belemmering van ambtenaar bij ontruiming
De verdachte werd veroordeeld voor het opzettelijk belemmeren van een ambtenaar die belast was met het opsporen en onderzoeken van strafbare feiten, door zich op 8 februari 2000 in een kelder van een pand te Bemmel op te sluiten en vast te ketenen aan een betonblok.
Het hof stelde vast dat de verdachte zich bewust had vastgeketend met het doel de ontruiming van het pand te bemoeilijken, ondanks een vordering van de deurwaarder om het pand te verlaten. De verwijdering duurde langer dan enkele minuten, waarmee het belemmeringsopzet werd bevestigd.
De verdediging voerde aan dat er geen sprake was van belemmering omdat de verdachte zich al had vastgeketend voordat de sommatie tot verwijdering werd gegeven en de verwijdering slechts kort duurde. Dit verweer werd door het hof en de Hoge Raad verworpen.
De Hoge Raad oordeelde dat het bewezenverklaarde feit het misdrijf van artikel 184 Sr Pro oplevert en dat het beroep in cassatie ongegrond is. De veroordeling tot een geldboete van vijfhonderd gulden, subsidiair tien dagen hechtenis, blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot een geldboete van vijfhonderd gulden, subsidiair tien dagen hechtenis wegens opzettelijke belemmering van een ambtenaar.