ECLI:NL:HR:2002:AE2146
Hoge Raad
- Cassatie
- G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp
- C.H.M. Jansen
- D.H. Beukenhorst
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- O. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van rechten tot dierenhouden en gebruik grond als onderdeel van huurovereenkomst woonruimte
In deze zaak vorderden de huurders een verklaring voor recht dat bepaalde gebruiksrechten, zoals het houden van pluimvee en schapen op een eiland en het gebruik van een strook grond, deel uitmaken van hun huurovereenkomst voor een tuinmanshuis op landgoed Queekhoven.
De Kantonrechter had hen belast met de bewijslast dat deze rechten rechtstreeks verband hielden met het gebruik van het gehuurde, maar de Rechtbank vernietigde dit oordeel en verwees de zaak terug voor verdere behandeling, waarbij werd vastgesteld dat de verkrijger van het gehuurde in principe in de rechten en verplichtingen uit de huurovereenkomst treedt, tenzij het tegendeel wordt bewezen.
De Hoge Raad oordeelde dat het verband tussen de gebruiksrechten en het gehuurde niet alleen uit de inhoud van het beding kan worden afgeleid, maar ook uit de omstandigheden van het geval. Het feit dat het eiland op enige afstand ligt en dat het tuinmanshuis wordt gehuurd, sluit het bestaan van een dergelijk verband niet uit.
Verder bevestigde de Hoge Raad dat de bewijslast bij de verhuurder ligt om bijzondere omstandigheden aan te tonen die een uitzondering op het beginsel rechtvaardigen. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het oordeel van de Rechtbank over de bewijslastverdeling en het onmiddellijke verband tussen de rechten en het gebruik van het gehuurde.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat het recht tot het houden van pluimvee en schapen deel kan uitmaken van de huurovereenkomst indien dit onmiddellijk verband houdt met het gebruik van het gehuurde.