ECLI:NL:HR:2002:AE2251
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid mandatering bij bezwaar Wet WOZ door gemeenteambtenaar
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde waarde van zijn onroerende zaak volgens de Wet WOZ. Het hoofd van de afdeling Financiën van de gemeente Dronten handhaafde namens het college van burgemeester en wethouders de beschikking. Belanghebbende ging hiertegen in beroep bij het Hof, dat de uitspraak bevestigde.
Belanghebbende stelde in cassatie onder meer dat het hoofd van de afdeling Financiën niet bevoegd was om namens het college uitspraak te doen op het bezwaar. De Hoge Raad overwoog dat het college krachtens artikel 30, lid 4, Wet WOZ ambtenaren kan aanwijzen die in zijn plaats treden. Het hof had geoordeeld dat een dergelijke aanwijzing bij besluit van 22 juli 1997 had plaatsgevonden, en deze uitleg was niet onbegrijpelijk.
De overige middelen tot cassatie werden verworpen zonder nadere motivering, omdat zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen. De Hoge Raad wees het beroep af en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het hof bevestigd.