ECLI:NL:HR:2002:AE2378

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 juni 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C00/272HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • A.E.M. van der Putt-Lauwers
  • D.H. Beukenhorst
  • O. de Savornin Lohman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering tot eigendom supermarkt in winkelcentrum Snel en Polanen

Eiser vorderde bij de rechtbank Utrecht dat de Gemeente Woerden en twee andere verweerders werden veroordeeld om een afspraak te bevestigen dat eiser de supermarkt in het winkelcentrum Snel en Polanen in eigendom kon verwerven, en om overdracht aan anderen te verbieden. De rechtbank wees deze vorderingen af. Eiser stelde hoger beroep in bij het Gerechtshof Amsterdam en wijzigde zijn eis tot het verklaren voor recht dat de Gemeente onrechtmatig had gehandeld door het beding niet op te nemen en vorderde schadevergoeding.

Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en wees de vorderingen af. Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Gemeente en de andere verweerders verschenen niet in cassatie, waardoor verstek werd verleend.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen. Het cassatieberoep werd verworpen en eiser werd veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van de vorderingen van eiser.

Uitspraak

7 juni 2002
Eerste Kamer
Nr. C00/272HR
AT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser], wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,
t e g e n
1. DE GEMEENTE WOERDEN, gevestigd te Woerden,
2. [Verweerster 2], gevestigd te [vestigingsplaats],
3. [Verweerster 3], gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTERS in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploit van 31 juli 1997 verweersters in cassatie - verder afzonderlijk te noemen: de Gemeente, [verweerster 2] en [verweerster 3] - op verkorte termijn gedagvaard voor de Rechtbank te Utrecht en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
1. de Gemeente en [verweerster 2] te veroordelen om binnen 10 dagen nadat het vonnis zal zijn uitgesproken de afspraak te bevestigen dat [eiser] de supermarkt in het winkelcentrum Snel en Polanen in eigendom kan verwerven;
2. alsmede de Gemeente en [verweerster 2] te verbieden de supermarkt aan anderen dan aan [eiser] in eigendom over te dragen;
3. [verweerster 3] te veroordelen deze afspraak te respecteren en de (eventuele) eigendomsoverdracht aan [eiser] te gehengen en te gedogen.
De Gemeente, [verweerster 2] en [verweerster 3] hebben de vorderingen bestreden.
De Rechtbank heeft bij vonnis van 9 september 1998 de vorderingen afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam. Bij memorie van grieven heeft [eiser] zijn eis gewijzigd en gevorderd bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad:
1. te verklaren voor recht dat de Gemeente met [eiser] is overeengekomen c.q. aan [eiser] heeft toegezegd dat de Gemeente in de met [verweerster 2] te sluiten overeenkomst het beding zal opnemen dat [eiser] de supermarkt in eigendom kan verwerven en dat de Gemeente - door na te laten een zodanig beding in de overeenkomst met [verweerster 2] op te nemen - toerekenbaar tekort is geschoten jegens [eiser] c.q. onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld en voorts de Gemeente uit dien hoofde te veroordelen tot het vergoeden van de door [eiser] geleden en nog te lijden schade nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;
2. te verklaren voor recht dat [verweerster 2] voor het sluiten van de overeenkomst met de Gemeente op de hoogte was van de onder 1 bedoelde overeenkomst c.q. toezegging en dat [verweerster 2] - door aan voren- bedoelde overeenkomst c.q. toezegging voorbij te gaan - onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld;
3. [verweerster 2] te veroordelen tot het vergoeden van de door [eiser] geleden en nog te lijden schade, primair in dier voege dat [verweerster 2] binnen 10 dagen na betekening van het in deze te wijzen arrest de supermarkt tegen marktconforme condities exclusief ten verkoop dient aan te bieden aan [eiser] en zich gedurende de onderhandelingen met [eiser] dient te onthouden van onderhandelingen met derden, een en ander op straffe van een dwangsom van ƒ 25.000,-- per dag (of gedeelte daarvan) dat [verweerster 2] hiermee in gebreke zal blijven, subsidiair nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;
4. de Gemeente - zo de vorderingen als bedoeld onder 2 en 3 niet kunnen worden toegewezen - uit hoofde van haar toerekenbaar tekortschieten jegens [eiser] c.q. haar onrechtmatig handelen jegens [eiser] te veroordelen - naast de onder 1 gevorderde schade nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet - tot het vergoeden van de door [eiser] geleden en nog te lijden schade in dier voege dat de Gemeente zich direct na betekening van het in deze te wijzen arrest actief dient in te spannen en dient te bevorderen dat de supermarkt door [verweerster 2] aan [eiser] zal worden verkocht en geleverd en - zo [verweerster 2] stelt daarvoor aantoonbaar schade te lijden - deze schade te vergoeden aan [eiser] voorzover deze schade door [verweerster 2] wordt verdisconteerd in de verkoopprijs, een en ander op straffe van een dwangsom van ƒ 25.000,-- per dag (of gedeelte daarvan) dat de Gemeente hiermee in gebreke zal blijven;
5. [verweerster 3] te veroordelen te gehengen en te gedogen de verkoop en levering van de supermarkt als bedoeld onder 3 en 4, waarbij aangetekend dat aan de reeds aan [verweerster 3] verstrekte rechten geen afbreuk zal worden gedaan.
Bij arrest van 13 juli 2000 heeft het Hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het Hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen de niet verschenen Gemeente, [verweerster 2] en [verweerster 3] is verstek verleend.
[Eiser] heeft de zaak doen toelichten door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.B. Bakels strekt tot verwerping van het beroep, met veroordeling van [eiser] in de kosten.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente, [verweerster 2] en [verweerster 3] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.E.M. van der Putt-Lauwers, als voorzitter, D.H. Beukenhorst en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 7 juni 2002.