ECLI:NL:HR:2002:AE2509
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt hoofdelijke aansprakelijkheid advocaat voor griffierechten ondanks schuldsanering opdrachtgever
De Griffier van de Hoge Raad vaardigde een dwangbevel uit aan een advocaat voor betaling van ƒ 16.255,- aan griffierechten over de periode van 7 juli 2000 tot en met 30 juli 2001. De advocaat kwam in verzet tegen het dwangbevel op grond van artikel 22 lid 4 van Pro de Wet tarieven in burgerlijke zaken (WTBZ).
De advocaat stelde onder meer dat hij ten onrechte als betalingsplichtige was aangemerkt en dat de Griffier eerst zijn opdrachtgever had moeten aanspreken. De Hoge Raad verwierp dit verweer en bevestigde dat advocaten en hun opdrachtgevers hoofdelijk aansprakelijk zijn voor griffierechten, zonder dat de Griffier eerst de opdrachtgever hoeft te sommeren.
Voorts stelde de advocaat dat hij niet in verzet kon komen omdat hij niet had betaald, wat volgens hem een schending van artikel 6 EVRM Pro zou zijn. Ook dit bezwaar werd ongegrond verklaard omdat artikel 22 WTBZ Pro het verzet tegen het dwangbevel mogelijk maakt.
Ten slotte werden enkele nota's ten onrechte in het dwangbevel opgenomen, omdat ze na de periode van het dwangbevel dateren of vanwege schuldsanering van een opdrachtgever. De Hoge Raad verklaarde het verzet gegrond voor het bedrag boven ƒ 9.990,- en ongegrond voor het overige, waardoor het dwangbevel werd verminderd tot dat bedrag.
Uitkomst: Het verzet tegen het dwangbevel wordt gegrond verklaard voor het bedrag boven ƒ 9.990,- en ongegrond voor het overige, waardoor het dwangbevel wordt verminderd tot ƒ 9.990,-.