ECLI:NL:HR:2002:AE3177

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 mei 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
37419
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • F.W.G.M. van Brunschot
  • P. Lourens
  • J.C. van Oven
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 57 Wet op de inkomstenbelasting 1964
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep tegen aanslag inkomstenbelasting 1996

Belanghebbende kreeg voor het jaar 1996 een aanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd met een belastbaar inkomen van f 1.144.567. Na bezwaar werd deze aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen van f 1.143.130, waarvan een groot deel belast werd volgens artikel 57 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964.

Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft de middelen van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden, zonder nadere motivering omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.

De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten. Het arrest werd gewezen door de raadsheren Van Brunschot (voorzitter), Lourens en Van Oven op 24 mei 2002.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Hof bevestigd.

Uitspraak

Nr. 37.419
24 mei 2002
TVW
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 28 juni 2001, nr. BK-00/01663, betreffende na te melden aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof
Aan belanghebbende is voor het jaar 1996 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd naar een belastbaar inkomen van f 1.144.567, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is verminderd tot een aanslag naar een belastbaar inkomen van f 1.143.130, waarvan een bedrag van f 1.083.799, belast naar het tarief van artikel 57 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
3. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer F.W.G.M. van Brunschot als voorzitter, en de raadsheren P. Lourens en J.C. van Oven, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 24 mei 2002.