ECLI:NL:HR:2002:AE3346
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Cassatieverzoek inzake definitieve schuldsaneringsregeling
Op 4 september 2001 heeft verzoeker tot cassatie een verzoekschrift ingediend bij de Rechtbank te Dordrecht, waarin hij verzocht om de definitieve schuldsaneringsregeling uit te spreken. Tijdens de zitting op 17 oktober 2001 heeft verzoeker zijn verzoek mondeling toegelicht. De Rechtbank heeft echter op dezelfde dag het verzoek afgewezen. Hierop heeft verzoeker hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage. Na een mondelinge behandeling op 27 november 2001 heeft het Hof op 4 december 2001 het vonnis van de Rechtbank bekrachtigd. Het arrest van het Hof is aan het arrest van de Hoge Raad gehecht.
Tegen het arrest van het Hof heeft verzoeker beroep in cassatie ingesteld. De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda was om het beroep te verwerpen. De Hoge Raad heeft de zaak beoordeeld en geconcludeerd dat de klachten die in het cassatiemiddel zijn aangevoerd, niet tot cassatie kunnen leiden. Dit is in overeenstemming met artikel 81 van de Wet op de rechterlijke organisatie, dat stelt dat geen nadere motivering nodig is wanneer de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Uiteindelijk heeft de Hoge Raad het beroep verworpen. Dit arrest is gewezen door de vice-president R. Herrmann als voorzitter, samen met de raadsheren H.A.M. Aaftink en D.H. Beukenhorst. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 12 juli 2002.