ECLI:NL:HR:2002:AE3346

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 juli 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R01/137HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • R. Herrmann
  • H.A.M. Aaftink
  • D.H. Beukenhorst
  • A. Hammerstein
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 FaillissementswetArt. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie tegen afwijzing definitieve schuldsaneringsregeling

Verzoeker heeft op 4 september 2001 een verzoek ingediend bij de Rechtbank Dordrecht om een definitieve schuldsaneringsregeling uit te spreken. Dit verzoek werd bij vonnis van 17 oktober 2001 afgewezen. Verzoeker stelde hiertegen hoger beroep in bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage, dat het vonnis bij arrest van 4 december 2001 bevestigde.

Tegen dit arrest van het Hof stelde verzoeker beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en dat nadere motivering niet nodig is omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee het arrest van het Hof dat het verzoek tot definitieve schuldsaneringsregeling afwees. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2002.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest dat het verzoek tot schuldsaneringsregeling afwees wordt bevestigd.

Uitspraak

12 juli 2002
Eerste Kamer
Nr. R01/137HR
AT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker], wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P.A.M. Perquin.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 4 september 2001 ter griffie van de Rechtbank te Dordrecht ingekomen verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: verzoeker - zich gewend tot die Rechtbank en verzocht ten aanzien van hem de definitieve schuldsaneringsregeling uit te spreken.
Ter terechtzitting van 17 oktober 2001 heeft verzoeker zijn verzoek mondeling toegelicht.
De Rechtbank heeft bij vonnis van 17 oktober 2001 het verzoek afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft verzoeker hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage.
Na mondelinge behandeling op 27 november 2001 heeft het Hof bij arrest van 4 december 2001 het bestreden vonnis bekrachtigd.
Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het Hof heeft verzoeker beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink en D.H. Beukenhorst, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 12 juli 2002.