ECLI:NL:HR:2002:AE3490
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor ontuchtige handelingen met minderjarige
De verdachte werd door het hof in hoger beroep veroordeeld wegens het plegen van ontuchtige handelingen met een minderjarige tussen 12 en 16 jaar, waaronder het seksueel binnendringen van het lichaam van het slachtoffer. Het hof baseerde zijn oordeel mede op de eigen verklaring van de verdachte, waarin deze de handelingen erkende.
De verdachte stelde in cassatie onder meer dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had omtrent het begrip 'ontuchtige handelingen', met name dat het slachtoffer weerloos moest zijn. De Hoge Raad verwierp dit verweer en oordeelde dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had gegeven en zijn oordeel niet onbegrijpelijk was.
Daarnaast wees de Hoge Raad het tweede middel zonder nadere motivering af, omdat het niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling leidde.
De Hoge Raad concludeerde dat er geen reden was om het arrest van het hof te vernietigen en verwierp het cassatieberoep. De veroordeling tot een voorwaardelijke gevangenisstraf bleef daarmee in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken blijft in stand.