ECLI:NL:HR:2002:AE3548
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn cassatieprocedure
De verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld tot achttien maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk, voor poging tot diefstal en diefstal, beide voorafgegaan en vergezeld van geweld door meerdere personen op de openbare weg.
De verdachte stelde beroep in cassatie in tegen dit arrest. De Hoge Raad beoordeelde een middel dat betoogde dat de termijn voor het inzenden van stukken naar de Hoge Raad was overschreden doordat een bladzijde van de bestreden uitspraak aanvankelijk ontbrak. De Hoge Raad oordeelde echter dat de termijn eindigt bij ontvangst van de stukken en dat het herstel van de ontbrekende bladzijde geen zelfstandige betekenis heeft voor de termijn.
De zaak werd pas na meer dan twee jaar behandeld, waardoor de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro werd overschreden. Dit leidde tot strafvermindering. De Hoge Raad vernietigde daarom de opgelegde straf en verminderde deze tot zeventien maanden gevangenisstraf, waarvan vijf maanden en drie weken voorwaardelijk. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot zeventien maanden, waarvan vijf maanden en drie weken voorwaardelijk, wegens overschrijding van de redelijke termijn.