ECLI:NL:HR:2002:AE3822
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring beroep inkomstenbelasting 1991 en verwijst zaak terug
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1991 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd, die na bezwaar werd verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 57.637. Het hof verklaarde het daarop ingestelde beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn. De Hoge Raad oordeelt dat de brief van de inspecteur van 10 juli 1996 als uitspraak op bezwaar moet worden beschouwd, waartegen het beroep binnen de wettelijke termijn had moeten worden ingesteld.
De kennisgeving van 18 oktober 1996, die een cijfermatige uitwerking gaf van de aanslagvermindering, vermeldde niet dat het om een uitspraak op bezwaar ging of dat beroep mogelijk was. Het hof oordeelde dat het beroepschrift van 25 november 1996 te laat was ingediend, maar de Hoge Raad stelt dat gezien de omstandigheden niet kan worden geoordeeld dat belanghebbende in verzuim was.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor verdere inhoudelijke behandeling. Tevens veroordeelt de Hoge Raad de Staatssecretaris van Financiën in de proceskosten van het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor inhoudelijke behandeling.