ECLI:NL:HR:2002:AE3839
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- J.W. van den Berge
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Geen vermindering buitengewone lasten voor uitgaven aan kinderen partner zonder pleegkindstatus
Belanghebbende kreeg voor 1997 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van f 70.464. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende had vermindering wegens buitengewone lasten geclaimd voor uitgaven aan de kinderen van zijn partner, maar deze werd geweigerd.
De Hoge Raad oordeelde dat artikel 46 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964 vermindering wegens buitengewone lasten slechts toekent voor eigen kinderen en pleegkinderen. De kinderen van de partner konden niet als pleegkinderen worden aangemerkt, mede omdat zij recht op kinderbijslag hadden via de partner. Hierdoor bestond geen aanspraak op vermindering.
Het Hof had dit oordeel bevestigd, en de Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond. De klachten tegen deze beslissing konden niet leiden tot cassatie, mede omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
De Hoge Raad wees tevens af om proceskosten toe te wijzen en sprak het arrest uit op 7 juni 2002.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat geen vermindering wegens buitengewone lasten kan worden toegekend voor uitgaven aan kinderen van de partner zonder pleegkindstatus.