ECLI:NL:HR:2002:AE3840
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring beroep inzake omzetbelasting teruggaaf
Belanghebbende had bij de Inspecteur verzoeken tot teruggaaf van omzetbelasting over het eerste kwartaal en april 1998 ingediend, die door de Inspecteur bij beschikkingen van 20 november 1998 werden afgewezen. Na bezwaar werden deze beschikkingen gehandhaafd, waarna belanghebbende beroep instelde bij het Hof. Het Hof verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de beroepstermijn was verstreken. De Inspecteur had niet aannemelijk gemaakt dat de uitspraken op bezwaar daadwerkelijk op of rond 9 februari 2000 waren verzonden. De brief van 4 mei 2000 waarin de Inspecteur melding maakte van verzending, was slechts een informatiebrief en geen daadwerkelijke uitspraak. Hierdoor begon de beroepstermijn pas op een later moment, en was het beroepschrift van 21 juli 2000 tijdig.
De Hoge Raad vernietigt daarom de uitspraak van het Hof en verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor inhoudelijke behandeling. Tevens wordt de Staat veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring en verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling.