ECLI:NL:HR:2002:AE4200
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- B.C. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen voorbereiding diefstal met geweld en afpersing
De zaak betreft het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, waarin hij werd veroordeeld voor medeplegen van voorbereiding van diefstal met geweld en afpersing, gepleegd door twee of meer verenigde personen. De tenlastelegging betrof het bezit van bivakmutsen en gestolen auto's, bestemd voor het plegen van deze misdrijven, en het observeren van panden en geld- en waardetransportbedrijven.
Verdachte voerde onder meer aan dat de inleidende dagvaarding nietig was omdat niet alle bestanddelen van de misdrijven waren opgenomen. De Hoge Raad oordeelde dat dit niet noodzakelijk is bij een tenlastelegging op grond van artikel 46 Sr Pro, waarin voorbereiding van een misdrijf met een strafbedreiging van acht jaar of meer strafbaar is gesteld. Het is voldoende dat uit de tenlastelegging duidelijk blijkt op welk soort misdrijf de voorbereidingshandelingen waren gericht.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het hofarrest, waarin verdachte werd veroordeeld tot één jaar gevangenisstraf. Er waren geen gronden voor vernietiging of ambtshalve tussenkomst. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 17 september 2002.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling tot één jaar gevangenisstraf voor medeplegen van voorbereiding van diefstal met geweld en afpersing.