ECLI:NL:HR:2002:AE4256
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- F.H. Koster
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitleg wegnemen in diefstal als onvoorwaardelijke machtsovername
De verdachte werd door het Hof te 's-Hertogenbosch veroordeeld wegens diefstal van een Toyota personenauto, die hij tussen 4 en 5 februari 1999 te Tilburg had weggenomen met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening. Het Hof achtte het feit wettig en overtuigend bewezen, mede op basis van de eigen verklaring van de verdachte dat hij de auto gebruikte om boodschappen te doen en daarna als heer en meester over het voertuig beschikte.
De verdachte stelde in cassatie dat het begrip 'wegnemen' in art. 310 Sr Pro onjuist werd uitgelegd door het Hof, omdat volgens hem alleen sprake kan zijn van wegnemen indien het goed uit de macht van de eigenaar wordt gebracht. Hij betoogde dat diefstal van een reeds gestolen goed niet mogelijk is.
De Hoge Raad verwierp dit middel en bevestigde dat het begrip 'wegnemen' in art. 310 Sr Pro ook geldt wanneer het goed niet meer in de macht van de eigenaar of rechthebbende is, zolang het goed geheel of gedeeltelijk aan een ander dan de verdachte toebehoort. Het cassatieberoep werd verworpen en de veroordeling van zes weken gevangenisstraf gehandhaafd.
De uitspraak benadrukt de ruime uitleg van het begrip wegnemen in het strafrecht en bevestigt de rechtspraak dat het bezit van een goed door een verdachte met wederrechtelijk oogmerk voldoende is voor diefstal, ook als het goed eerder was onttrokken aan de eigenaar.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling tot zes weken gevangenisstraf wegens diefstal.