ECLI:NL:HR:2002:AE4388
Hoge Raad
- Cassatie
- C.H.M. Jansen
- A.G. Pos
- P.C. Kop
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt opheffing van beslagen op pand na hoger beroep
In deze zaak vorderden eiseressen, Friesch-Groningsche Hypotheekbank N.V. en BHW Bausparkasse AG, in kort geding de opheffing van door hen gelegde beslagen op een pand dat toebehoorde aan verweersters. De president van de rechtbank Maastricht wees deze vordering af. Verweersters stelden hoger beroep in bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, dat het vonnis vernietigde en eiseressen beval de beslagen binnen 24 uur op te heffen.
Eiseressen stelden vervolgens beroep in cassatie in tegen dit arrest. De Hoge Raad beoordeelde het cassatieberoep en concludeerde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie was nadere motivering niet vereist omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde eiseressen in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee bleef het arrest van het hof in stand, dat de opheffing van de beslagen op het pand beval.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof dat de beslagen op het pand moet worden opgeheven.