ECLI:NL:HR:2002:AE4549

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 oktober 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R01/133HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • J.B. Fleers
  • A.G. Pos
  • A. Hammerstein
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake provisioneel bewind curatelezaak

Een verzoeker heeft bij de Rechtbank Amsterdam verzocht om verweerster onder curatele te stellen en een provisioneel bewindvoerder te benoemen over haar goederen. De rechtbank stelde de verzoeker aan als provisioneel bewindvoerder. Verweerster stelde hiertegen hoger beroep in bij het Gerechtshof Amsterdam, dat de beschikking van de rechtbank vernietigde en het verzoek afwees.

De verzoeker stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. Verweerster verzocht de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk te verklaren of te verwerpen. De Advocaat-Generaal adviseerde tot niet-ontvankelijkheid van het beroep.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en wees het beroep af zonder nadere motivering, conform artikel 81 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering. De beschikking werd gegeven door raadsheren Fleers, Pos en Hammerstein en uitgesproken door Hammerstein op 4 oktober 2002.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de beschikking van het hof blijft in stand.

Uitspraak

4 oktober 2002
Eerste Kamer
Rek.nr. R01/133HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoeker], in zijn hoedanigheid van (gewezen) provisioneel bewindvoerder van [verweerster], wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. A.B. Baumgarten,
t e g e n
[Verweerster], voor zich alsmede met toestemming van [betrokkene 1], in zijn hoedanigheid van curator van [verweerster],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. F. van Gelein Vitringa.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 12 juni 2001 ter griffie van de Rechtbank te Amsterdam ingekomen verzoekschrift heeft [betrokkene 2], wonende te [woonplaats], een vijfdegraads familielid en zoon van een vooroverleden neef van verweerster in cassatie - verder te noemen: [verweerster] - zich gewend tot die Rechtbank en verzocht [verweerster] onder curatele te stellen en voorts - in afwachting van de beslissing op dit verzoek - een provisioneel bewindvoerder over de goederen van [verweerster] te benoemen.
De Rechtbank heeft bij beschikking van 18 juli 2001 verzoeker tot cassatie - verder te noemen: [verzoeker] - met ingang van de datum van deze beschikking benoemd tot provisioneel bewindvoerder over alle goederen die toebehoren of zullen toebehoren aan [verweerster].
Tegen deze beschikking heeft [verweerster] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam.
Bij beschikking van 22 november 2001 heeft het Hof de beschikking waarvan beroep vernietigd, het inleidend verzoek, voorzover aan 's Hofs oordeel onderworpen, alsnog afgewezen, en tevens het meer of anders verzochte afgewezen.
De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het Hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft verzocht [verzoeker] niet-ontvankelijk te verklaren in zijn cassatieberoep, althans dit beroep in cassatie te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal in buitengewone dienst J.K. Moltmaker strekt tot niet-ontvankelijk-verklaring van [verzoeker] in zijn beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren J.B. Fleers, als voorzitter, A.G. Pos en A. Hammerstein, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 4 oktober 2002.