ECLI:NL:HR:2002:AE5130
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- J.B. Fleers
- A.G. Pos
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Beëindiging huurovereenkomst bedrijfsruimte wegens dringend eigen gebruik en vergoeding na huurbeëindiging
Vomar heeft de huurovereenkomst met Co-op betreffende een winkelruimte opgezegd wegens dringend eigen gebruik met het oog op bedrijfseconomische schaalvergroting. De Kantonrechter wees deze vordering af wegens misbruik van bevoegdheid, maar de Rechtbank stelde de beëindiging van de huur op 1 oktober 2001 alsnog vast en verklaarde Co-op niet-ontvankelijk in haar vordering tot vergoeding op grond van art. 7A:1635a BW.
Co-op stelde beroep in cassatie in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat de wetgever de opzeggingsbevoegdheid van de verhuurder niet verder beperkt dan het verbod om binnen drie jaar na rechtsopvolging de huur wegens dringend eigen gebruik op te zeggen. Het feit dat Vomar het pand met het oog op eigen gebruik had gekocht, vormt geen misbruik van bevoegdheid.
Voorts bevestigde de Hoge Raad dat de vergoeding op grond van art. 7A:1635a BW pas na beëindiging van de huur in een aparte procedure kan worden gevorderd. Het beroep van Co-op werd verworpen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Co-op wordt verworpen en de huur wordt beëindigd per 1 oktober 2001 zonder vergoeding in deze procedure.