ECLI:NL:HR:2002:AE5148

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 oktober 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R02/017HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • J.B. Fleers
  • A. Hammerstein
  • P.C. Kop
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vaderschap en vaststelling kinderalimentatie in hoger beroep

De man stelde beroep in cassatie in tegen de beschikking van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch die het vaderschap en de kinderalimentatie vaststelde. Eerder had de rechtbank vastgesteld dat de man vader was van het minderjarige kind geboren in 1998 en een maandelijkse bijdrage aan de kosten van verzorging en opvoeding opgelegd.

De man had verzocht om een contra-expertise, maar het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank. De Hoge Raad verwijst naar eerdere beslissingen in het geding en concludeert dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie, mede omdat deze geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.

De Hoge Raad verwerpt het beroep van de man en bevestigt daarmee de eerdere uitspraken over het vaderschap en de alimentatieverplichting. De beslissing is genomen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 11 oktober 2002.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en de eerdere vaststelling van het vaderschap en de alimentatieplicht wordt bekrachtigd.

Uitspraak

11 oktober 2002
Eerste Kamer
Rek.nr. R02/017HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man], wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
[De moeder], wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. A.H. Vermeulen.
1. Het geding in voorgaande instanties
Voor het verloop van het geding tot dusver tussen verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - en verweerster in cassatie - verder te noemen: de moeder - verwijst de Hoge Raad naar zijn beschikking van 22 september 2000, rek.nr. R99/165HR, NJ 2001, 647. Bij deze beschikking heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie van de man tegen de beschikking van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 21 juli 1999 verworpen.
Op 25 januari 2001 heeft de afdeling immunogenetica van het Centraal Laboratorium van het Rode Kruis (CLB) te Amsterdam rapport uitgebracht aan de Rechtbank te 's-Hertogenbosch.
De Rechtbank heeft bij beschikking van 22 juni 2001 vastgesteld dat de man vader is van [het] minderjarige [kind], geboren te [geboorteplaats] op 17 mei 1998. Tevens heeft de Rechtbank bepaald dat de man met ingang van 9 juni 1998 aan de moeder een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [het kind] van ƒ 500,-- per maand zal moeten betalen, te vermeerderen met het bedrag van iedere uitkering die hem op grond van geldende wetten en/of regelingen ten behoeve van de minderjarige kan of zal worden verstrekt, met bepaling dat eventuele kosten van tenuitvoerlegging van deze beslissing voor rekening van de man komen, voorzover deze door hem veroorzaakt worden, en het meer of anders verzochte afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft de man zowel tegen de vaststelling van het vaderschap als tegen de bepaling van de kinderalimentatie hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Wat het vaderschap betreft heeft de man het Hof om een contra-expertise verzocht.
Bij beschikking van 12 december 2001 heeft het Hof de beschikking van voornoemde Rechtbank van 22 juni 2001 bekrachtigd.
De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het Hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De moeder heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal in buitengewone dienst J.K. Moltmaker strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van de man heeft op 11 juli 2002 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren J.B. Fleers, als voorzitter, A. Hammerstein en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 11 oktober 2002.