ECLI:NL:HR:2002:AE5150
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- J.B. Fleers
- D.H. Beukenhorst
- P.C. Kop
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt onrechtmatigheid weigering bank tot overmaking faillissementsrekening
In deze zaak vorderde de eiseres, een bank, dat de rechtbank zou verklaren dat haar weigering om het saldo van een rekening over te maken naar een faillissementsrekening onrechtmatig was jegens de verweerder. De rechtbank wees deze vordering af. De verweerder stelde hoger beroep in en wijzigde zijn eis, waarbij hij schadevergoeding vorderde wegens wanprestatie van de bank. Het Gerechtshof vernietigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de bank tot vergoeding van de door de verweerder geleden schade, deels op te maken bij staat.
De bank stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden, mede omdat deze geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen. De Hoge Raad verwierp het beroep van de bank en bevestigde daarmee het oordeel van het hof.
De Hoge Raad veroordeelde de bank tevens in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee blijft de aansprakelijkheid van de bank voor de wanprestatie en de daaruit voortvloeiende schadevergoeding in stand. De uitspraak onderstreept het belang van correcte afhandeling van banktransacties in faillissementssituaties.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van de bank en bevestigt haar aansprakelijkheid voor de wanprestatie en schadevergoeding.