ECLI:NL:HR:2002:AE5572
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- J.C. van Oven
- C.J.J. van Maanen
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over waardering en schadeloosstelling bij onteigening van grond
De Staat der Nederlanden heeft AMEV Levensverzekering N.V. gedagvaard voor vervroegde onteigening van onroerende zaken en vaststelling van schadeloosstelling. De rechtbank stelde de schadeloosstelling vast en wees een voorschot toe. De Staat stelde cassatieberoep in tegen het vonnis van 22 mei 2001, terwijl AMEV incidenteel cassatie instelde.
De Hoge Raad beoordeelde diverse klachten over de waardering van het onteigende, waaronder de wijze waarop deskundigen de waarde bepaalden, het al dan niet meenemen van bijzondere geschiktheid, en de toepassing van bestemmingsplannen. De Hoge Raad verwierp het principaal beroep, maar oordeelde dat de rechtbank onjuist had geoordeeld over de rentevergoeding over het verschil tussen schadeloosstelling en voorschot.
Het incidentele beroep werd deels gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak verwezen naar het gerechtshof voor verdere behandeling. De Staat werd veroordeeld in de kosten van het cassatieproces. De uitspraak bevat een uitgebreide motivering over waarderingsmethoden en de toepassing van wettelijke bepalingen bij onteigening.
Uitkomst: Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak verwezen naar het gerechtshof, met veroordeling van de Staat in de kosten van het cassatieproces.