ECLI:NL:HR:2002:AE6367
Hoge Raad
- Cassatie
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vermindering navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1991
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1991 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 47.196. Daarna werd een navorderingsaanslag opgelegd die, na bezwaar, door de Inspecteur werd verminderd tot een aanslag op een belastbaar inkomen van ƒ 68.423 zonder verhoging.
Belanghebbende ging in beroep bij het Hof Amsterdam, dat het beroep gegrond verklaarde, de uitspraak van de Inspecteur vernietigde en de navorderingsaanslag verminderde tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen van ƒ 60.137. Tegen deze uitspraak stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van belanghebbende niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de vermindering van de navorderingsaanslag door het hof.