ECLI:NL:HR:2002:AE6374
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt oordeel Hof over aanslag vermogensbelasting 1996
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1996 een aanslag in de vermogensbelasting opgelegd ter hoogte van ƒ 1.616.000. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat de aanslag bevestigde. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht was uitgegaan van de veronderstelling dat de betreffende overeenkomst uitsluitend recht gaf op een lijfrente, een uitgangspunt dat in cassatie niet werd bestreden. Op basis hiervan was de beoordeling van het Hof in de relevante rechtsoverwegingen juist, waardoor de klachten van belanghebbende faalden.
Omdat deze rechtsoverwegingen de beslissing van het Hof zelfstandig droegen, konden de overige klachten niet leiden tot cassatie. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep ongegrond. Hiermee werd het oordeel van het Hof definitief bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het oordeel van het Hof bevestigd.