ECLI:NL:HR:2002:AE6377
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanslag afvalstoffenheffing gemeente Noordoostpolder 1997
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1997 een aanslag afvalstoffenheffing opgelegd door de gemeente Noordoostpolder. Na bezwaar werd deze aanslag gehandhaafd door de chef financiën van de gemeente. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof Arnhem, dat de aanslag bevestigde. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht aannam dat afval dat door belanghebbende bij de perceelsgrens werd aangeboden, wel degelijk werd meegenomen door de gemeente. Dit oordeel is feitelijk en niet onbegrijpelijk, zodat cassatie daarop niet slaagt. Verder concludeerde de Hoge Raad dat de gemeente met het ophalen van huishoudelijk afval op ongeveer 10 meter van de perceelsgrens voldoet aan haar wettelijke inzamelverplichting op grond van artikel 10.11 lid 1 van de Wet milieubeheer.
De Hoge Raad stelde ook vast dat het feit dat een besluit van burgemeester en wethouders tot aanwijzing van afvalaanbiedingsplaatsen onbevoegd was genomen, niet leidt tot onverbindendheid van de Verordening afvalstoffenheffing 1997 en de verschuldigdheid van de belasting niet raakt. Alle klachten faalden en het beroep werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de aanslag afvalstoffenheffing 1997 wordt bevestigd.