ECLI:NL:HR:2002:AE7002
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- A.G. Pos
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Arbeidsongeschiktheidsuitkering bij collectieve verzekering voor uitgezonden werknemers
Eiser vorderde bij de rechtbank een verklaring voor recht dat hem vanaf 1 april 1993, zolang hij arbeidsongeschikt bleef, recht toekwam op uitkeringen uit hoofde van een collectieve arbeidsongeschiktheidsverzekering die was gesloten ten behoeve van uitgezonden werknemers. De rechtbank wees de vordering toe, maar het hof vernietigde dit vonnis en wees de vordering af op grond van de uitleg van het pensioenreglement en de verzekeringsvoorwaarden.
De Hoge Raad overweegt dat de uitleg van het pensioenreglement en de polisvoorwaarden moet geschieden vanuit de redelijke verwachtingen van partijen en rekening moet houden met de aard en strekking van de verzekering. Daarbij geldt dat onduidelijkheden in polisvoorwaarden in het nadeel van de verzekeraar moeten worden uitgelegd, ook wanneer de verzekering is gesloten met een werkgever ten behoeve van werknemers.
De Hoge Raad constateert dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de verzekering geen aanspraak geeft op uitkering bij arbeidsongeschiktheid die minder dan 52 weken vóór 1 november 1992 is ontstaan, terwijl de verzekering juist bedoeld was om de gevolgen van het niet-verzekerd zijn voor de WAO van uitgezonden werknemers te ondervangen.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het hof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing. Het incidentele cassatieberoep van Nationale-Nederlanden wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling terug naar het Hof Amsterdam.