ECLI:NL:HR:2002:AE7628
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- F.H. Koster
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet-naleving advocatensamenwerking
In deze strafzaak heeft het Gerechtshof te Leeuwarden verdachte veroordeeld wegens meerdere overtredingen van voorschriften uit de Destructiewet, Wet op de Bedrijfsorganisatie en Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. Verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De schriftuur werd ingediend door Margarida Fernandes Jacinto, een advocaat uit Portugal.
De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het cassatieberoep aan de hand van artikel 437, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, dat vereist dat een raadsman het cassatieberoep indient. Tevens is volgens artikel 37 (oud) Sv en artikelen 16b en 16e van de Advocatenwet vereist dat een buitenlandse advocaat die werkzaamheden in Nederland verricht, samenwerkt met een in Nederland ingeschreven advocaat.
Omdat niet bleek dat de Portugese advocaat aan deze samenwerkingsverplichting had voldaan, werd het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad bevestigde hiermee het belang van de regels omtrent vertegenwoordiging in cassatie en de samenwerking tussen buitenlandse en Nederlandse advocaten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van samenwerking met een in Nederland ingeschreven advocaat.