ECLI:NL:HR:2002:AE7831

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 september 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R01/140HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp
  • J.B. Fleers
  • H.A.M. Aaftink
  • A.G. Pos
  • P.C. Kop
  • A. Hammerstein
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot voorlopig getuigenverhoor afgewezen in procedure tussen Canal+ en UPC c.s.

Canal+ heeft bij de Rechtbank Amsterdam een verzoek ingediend tot het bevelen van een voorlopig getuigenverhoor, welke aanvraag door de rechtbank op 10 april 2001 is afgewezen. Canal+ ging hiertegen in hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam, dat de afwijzing op 18 oktober 2001 bekrachtigde. Vervolgens heeft Canal+ beroep in cassatie ingesteld tegen deze beschikking van het hof.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van Canal+ verworpen, waarbij de klachten van Canal+ niet tot cassatie konden leiden en geen nadere motivering behoefden omdat zij niet relevant waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Tevens werd Canal+ veroordeeld tot betaling van de proceskosten in cassatie.

De uitspraak werd gedaan door de vice-president en vijf raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer A. Hammerstein op 20 september 2002. Hiermee blijft de afwijzing van het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Canal+ wordt verworpen en het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor blijft afgewezen.

Uitspraak

20 september 2002
Eerste Kamer
Rek.nr. R01/140HR
AT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
CANAL+ NEDERLAND B.V., gevestigd te Hilversum,
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. E.D. Vermeulen,
t e g e n
1. UPC NEDERLAND B.V.,
2. A2000 HOLDING N.V.,
3. KABELTELEVISIE AMSTERDAM B.V.,
allen gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTERS in cassatie,
advocaat: mr. E. Grabandt.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 27 november 2000 ter griffie van de Rechtbank te Amsterdam ingekomen verzoekschrift heeft verzoekster tot cassatie - verder te noemen: Canal+ - zich gewend tot die Rechtbank en verzocht een voorlopig getuigenverhoor te bevelen.
Verweersters in cassatie - verder te noemen: UPC c.s. - hebben het verzoek bestreden.
De Rechtbank heeft bij beschikking van 10 april 2001 het verzoek afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft Canal+ hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam. Daarbij heeft zij de grondslag van haar verzoek aangevuld.
Bij beschikking van 18 oktober 2001 heeft het Hof de beslissing van de Rechtbank te Amsterdam van 10 april 2001, waarvan beroep, bekrachtigd.
De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het Hof heeft Canal+ beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
UPC c.s. hebben verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Canal+ in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van UPC c.s. begroot op € 275,90 aan verschotten en € 1.135,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp als voorzitter en de raadsheren J.B. Fleers, H.A.M. Aaftink, A.G. Pos en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 20 september 2002.