ECLI:NL:HR:2002:AE8194
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- J.B. Fleers
- A.G. Pos
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Verwijdering overbouw tweede verdieping en vluchttrap bij appartementsrecht en erfdienstbaarheid
De zaak betreft een geschil tussen AVO, houder van een appartementsrecht, en [verweerster], eigenaar van het onderliggende pand. AVO had zonder toestemming een tweede uitbouw en vluchttrap geplaatst op het pand van [verweerster]. De Rechtbank en het Hof hadden de vordering van [verweerster] tot verwijdering toegewezen op grond van art. 5:54 BW Pro, omdat AVO zonder toestemming handelde en sprake was van grove schuld.
AVO stelde in cassatie dat het Hof ten onrechte geen belangenafweging had gemaakt op grond van art. 3:13 BW Pro (misbruik van bevoegdheid). De Hoge Raad oordeelde dat art. 5:54 BW Pro geen exclusieve regeling is en dat een beroep op misbruik van bevoegdheid naast deze bepaling mogelijk is. Het Hof had daarom de belangen van partijen moeten afwegen.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof Den Haag en verwees de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing, waarbij de belangenafweging centraal staat. Tevens werd [verweerster] veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en verwijst zaak terug voor belangenafweging op grond van misbruik van bevoegdheid naast art. 5:54 BW.