ECLI:NL:HR:2002:AE8372
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid Minister inzake energie-investeringsaftrek en tijdige aanmelding
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een door de Minister van Economische Zaken verstrekte verklaring over investeringen voor doelmatig energiegebruik, relevant voor de energie-investeringsaftrek. De Minister wees het bezwaar af, waarna belanghebbende beroep instelde bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Dit College verklaarde het beroep ongegrond.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad overwoog dat het eerste middel, dat de bevoegdheid van de Minister betrof, niet tot cassatie kon leiden omdat het niet ging over de begrippen investeren of bedrijfsmiddelen zoals vereist. Het tweede middel, een motiveringsklacht over het tijdstip van het aangaan van investeringsverplichtingen, kon eveneens niet tot cassatie leiden.
De Hoge Raad veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten en verklaarde het beroep ongegrond. Hiermee werd het oordeel van het College bevestigd dat de Minister bevoegd is en dat belanghebbende onvoldoende bewijs leverde voor latere investeringsverplichtingen dan 19 maart 1998.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het oordeel van het College bevestigd.