ECLI:NL:HR:2002:AE8474
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Smartengeld valt niet buiten faillissementsboedel bij vaststellingsovereenkomst
In deze zaak heeft verzoeker, die failliet was verklaard, verzocht om een bedrag van ƒ 110.000 aan smartengeld buiten de faillissementsboedel te houden. Dit bedrag was onderdeel van een vaststellingsovereenkomst tussen de curator en de verzekeraar van een medeweggebruiker die aansprakelijk was voor een verkeersongeval waarbij verzoeker ernstig gewond raakte.
De rechter-commissaris wees het verzoek af en de rechtbank bekrachtigde deze beslissing. Verzoeker stelde daarop cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De kernvraag was of het recht op vergoeding van immateriële schade, in dit geval smartengeld, buiten de faillissementsboedel kan worden gehouden nadat het is vastgelegd in een overeenkomst.
De Hoge Raad overwoog dat het recht op smartengeld een hoogstpersoonlijk karakter heeft, maar dat dit niet betekent dat een eenmaal betaalde vergoeding buiten de faillissementsboedel valt. De wetgever heeft bepaald dat zodra de vordering is geconcretiseerd in een overeenkomst of vordering, deze vergoeding onderdeel wordt van het vermogen van de gefailleerde en dus vatbaar is voor beslag en faillissement.
De Hoge Raad verwierp de argumenten dat redelijkheid en billijkheid of eerdere arresten tot een uitzondering zouden leiden. Het beroep werd verworpen en bevestigd dat het smartengeld, ondanks de persoonlijke aard, niet buiten de faillissementsboedel valt wanneer het is vastgelegd in een overeenkomst.
Uitkomst: Het smartengeld valt niet buiten de faillissementsboedel en blijft onderdeel van het vermogen van de gefailleerde.