ECLI:NL:HR:2002:AE8740
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep motorrijtuigenbelasting teruggaaf
Belanghebbende had over het tijdvak van 27 oktober 1998 tot en met 26 januari 1999 motorrijtuigenbelasting betaald en verzocht om teruggaaf van een deel daarvan. De Inspecteur wees dit verzoek af en het Hof bevestigde deze afwijzing in hoger beroep.
Belanghebbende stelde twee middelen aan de Hoge Raad voor cassatie, waarbij onder meer het gelijkheidsbeginsel werd ingeroepen. De Hoge Raad oordeelde dat het vertrouwen dat de wetgever wilde beschermen met de overgangsregeling alleen gold voor houders van vóór 1 januari 1988 gedagtekende kentekenbewijzen deel II, wat niet op belanghebbende van toepassing was.
Het Hof had terecht geoordeeld dat er geen sprake was van vergelijkbare gevallen die het gelijkheidsbeginsel konden doen slagen. De Hoge Raad vond geen onjuiste rechtsopvatting in dit oordeel en verwierp de middelen. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Hof bevestigd.